Vandaag15°C

De streek

Streekgeschiedenis

 

Viskwekerij

 

Het unieke landschap van De Wijers weerspiegelt zijn bijzondere ligging op de overgang tussen het Kempisch plateau en Haspengouw. Het Kempisch plateau vormt met zijn waterdoorlatende zandbodem het infiltratie- en brongebied van De Wijers. Hier ontspringen de parallelle beekvalleien die zuidwestwaarts stromen en het gebied van De Wijers structureren. Het infiltratiewater komt via de ondergrond op veel plaatsen in De Wijers aan de oppervlakte als kwelwater. Meteen de ideale voedingsbodem voor het aanleggen van de kenmerkende vijvers in de streek.

 

Verschillende oorsprong

 

Niet alle vijvers zijn even oud en hebben dezelfde oorsprong. De oudste visvijvers dateren uit de 13de eeuw en liggen in De Maten in Genk. De visvijvers in natuurreservaat de Dauteweyers in Diepenbeek zijn pas in de 18de eeuw ontstaan en werden eerst gebruikt voor de ontginning van ijzererts. De vijvers in domein Terlaemen in Heusden-Zolder werden voor het eerst als visvijver gebruikt in 1880. Daarvoor werden deze gebruikt voor veenwinning. De grote explosie van het aantal vijvers vond plaats in de 19de en 20ste eeuw, onder invloed van de Zonhovense viskwekers die het kweken tot een economische activiteit maakten.

De vijvers van De Wijers werden kunstmatig aangelegd. Tot en met het begin van de twintigste eeuw ontstonden ze door het bijwerken van vennen of door het afdammen van laagtes. Na WO II werd hooiland uitgegraven tot een cluster van vijvers. De vijvers werden vooral gebruikt voor het kweken van karpers – tot op de dag van vandaag een belangrijke onderdeel van de visteelt in Zonhoven.

De vijvers werden in de beekvalleien aangelegd volgens een ingenieus systeem met dijken. Instromend water werd opgehouden door een dijk, waardoor een diepere vijver ontstond die geschikt was voor viskweek. De waterstand werd gecontroleerd door op- en aflaten. Stroomafwaarts werd een volgend ven afgedamd, waardoor men een snoer van vijvers kreeg.

 

 

Later maakte men vijvers met aan alle vier de kanten een dijk, om meer vis te kunnen kweken. De ene wijer liep over in de andere en na verloop van tijd ontstond er een vijvercomplex van verschillende vijvers.

Abdij van Herkenrode

 

Een belangrijke periode voor De Wijers waren de late middeleeuwen (12de en 13de eeuw). In de 13de eeuw ontstonden de eerste vijvers door veen- en ijzerwinning. In de Kempense bodems was veel veen terug te vinden. Onder invloed van de toenmalige kloosters (vooral de abdij van Herkenrode) werden deze putten nadien gebruikt voor viskweek. De abdij van Herkenrode (cisterciënzerinnen) was tevens de beheerder van Bokrijk.

De promotie van de viskweek door deze kloosters had verschillende redenen:
- In de middeleeuwen mochten kloosterlingen en andere gelovigen op vrijdag geen vlees eten van ‘dieren met vier poten’. Ook tijdens de vasten mocht geen vlees gegeten worden. Vis bood uitkomst en was een belangrijke voedselbron.
- Een andere reden waarom de kloosters massaal de viskweek aanmoedigden, was dat ze hoopten dat de bevolking meer tijd zou hebben om te bidden als ze veel proteïnerijke vis aten.
- Ten slotte waren de zoetwatervissen uit de viskweekvijvers een goedkoper en verser alternatief dan zeevis.
- Er viel met viskweek eenvoudigweg meer te verdienen dan met landbouw.

De vijvers werden in de loop van de eeuwen uitgebreid tot een complex van honderden aaneengesloten vijvers. De Zonhovense viskwekerijen zijn hier nog steeds het beste bewijs van. Om de vijvers van water te voorzien werden er later diverse sluizen aangebracht. De vijvers lopen in elkaar over volgens het principe van de communicerende vaten. Ieder jaar in het najaar laat men een aantal vijvers leeglopen om de kweekvis gemakkelijker te kunnen vangen.